De schoonogige duif

De schoonogige duif

Andere namen:

Duits - Königsberger Reinauge, francuski - Koenigsberg beker met puur oog, angielska - Koenigsberg schoon oog beker,

Oorsprong:

Oost- en West-Pruisen, de fokkers van Konigsberg en de fokkers uit de gebieden langs de Vistula hebben een grote bijdrage geleverd aan de verbetering van dit ras. Vroeger in Polen ook wel white-eyed of white-eyed genoemd.

Algemene indruk:

Best wel klein, rondhoofdig, korte snavel, kort, laagstaand, sierlijke duif.

Sjabloon: kenmerken van racisme.

Hoofd: Ronde, breed, met brede, hoog voorhoofd, zonder je hoofd eruit te slaan, gladhoofdig of met een ronde kroon.
Ogen: puur parelmoer.
Brouwen: Vlak, bleek tot lichtroze.
Bek: Heel kort, dik, bot, ook het onderste deel van de snavel in een stompe hoek met het voorhoofd, licht vleeskleurig, was goed ontwikkeld.
Nek: Dun, mooi gebogen, gevoelig voor trillingen.
Borst: Breed, goed afgerond, voort gegaan.
Rug: Kort, zo breed mogelijk in de schouders.
Vleugels: Kort, gedragen op de staart.
Staart: Kort, gesloten.
De benen: Kort, effen of in kousen, inclusief vingers.
Gevederte: Zo kort mogelijk, hoe goed ontwikkeld ook.

Kleur en tekening:

Alleen wit, het verenkleed in de nek vertoont een parelachtige glans.

Grote fouten:

Een uitgeslagen voorhoofd boven de was, smal voorhoofd, vlak, lang hoofd, lange dunne snavel, rode aderen in het oog, hoge status, neergelaten vleugels, kleurrijke veren.

Opmerkingen voor de evaluatie :

Rondheid en breedte van het hoofd - snavel – oogkleur – een figuur bouwen - houding – algemene uitstraling.

 

Groep IX Vluchtig

Trouwring nummer 7 (8)

Editie 2001